Main content

Stroom van goedheid – Roberto Massaro

Het kloosterleven in Nepal

In de buurt van Balthali ligt Namo Buddha. Lang geleden heeft hier een prins zijn lichaam geofferd om een uitgehongerde tijgerin en haar welpen te voeden. Eeuwen later bezocht Boeddha deze plek. Hij was een reïncarnatie van de barmhartige prins.

Op deze plaats in de Kathmandu Vallei werd boven in de heuvels een Tibetaans-Boeddhistisch klooster opgericht. De weg erheen gaat door een lieflijk en vruchtbaar heuvelland en voert langs dorpen waar de tijd stil heeft gestaan.

kloosterleven Nepal

In het klooster wonen honderden monniken. Zij krijgen onderricht in het Tibetaans-Boeddhisme, maar ook in wereldse vakken als wiskunde, biologie en Engels. Een monnik uit Bhutan leidt ons rond en brengt zijn beheersing van het Engels in praktijk. Op een evaluatieformulier geven we aan dat hij het goed heeft gedaan. Tevreden neemt hij afscheid. Er is ook een kliniek waar astrologie en de Tibetaanse geneeskunst wordt beoefend. De inwoners uit de naburige dorpen zijn verheugd. Als zij klachten hebben, kunnen zij hier terecht.

De grote tempel is indrukwekkend. Een rijkdom aan kleuren en afbeeldingen van allerlei Boeddha’s. Hier vinden meerdere keren per dag de rituelen plaats. Als de gong slaat, komen van overal de monniken aandribbelen. Op blote voeten betreden zij de tempel en nemen plaats op de banken die in het centrum van de tempel zijn opgesteld. Wij, gasten, mogen aan de zijkant plaatsnemen.

Onder leiding van een volwassen en ervaren monnik reciteren de jonge monniken de mantra´s. Het klinkt luchtig, vrolijk, klaterend en tjilpend. Eerst langzaam en dan steeds sneller. Van zacht naar harder. Er zit beweging in. Het lijkt wel een muziekstuk.

En wat een geruststellende gedachte dat er op dit moment vanaf deze plek hoog in de heuvels een stroom van goedheid over de mensen wordt uitgestrooid.

Roberto Massaro

 

Uit het Tibetaanse boek van leven en sterven:

Ik loop door een straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik val erin.
Ik ben verloren….ik ben radeloos.
Het is mijn schuld niet.
Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.

Ik loop door dezelfde staat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik doe alsof ik het niet zie.
Ik val er weer in.
Ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben.
Maar het is mijn schuld niet.
Het duurt nog lang voordat ik eruit ben.

Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik zie dat het er is.
Ik val er weer in…het is een gewoonte.
Mijn ogen zijn open.
Ik weet waar ik ben.
Het is mijn schuld.
Ik kom er direct uit.

Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik loop eromheen.

Ik loop door een andere straat.